ECLI:NL:CRVB:2018:3540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm bij onvoldoende bewijs commerciële huurprijs
Appellant ontvangt sinds 2008 bijstand en huurt een kamer op een adres waar ook drie meerderjarige personen staan ingeschreven. Het dagelijks bestuur heeft de bijstand van appellant verlaagd op grond van de kostendelersnorm, omdat appellant met drie medebewoners in dezelfde woning woont.
Appellant voert aan dat hij een commerciële huurprijs betaalt en beroept zich op een uitzondering in artikel 22a, vierde lid, onderdeel b, van de Participatiewet. Hij heeft kwitanties overgelegd, maar deze zijn onvoldoende om de betaling van een commerciële huurprijs aannemelijk te maken, mede door onduidelijkheid over de ondertekening en dubbele kwitanties voor dezelfde maand.
Daarnaast beroept appellant zich op het vertrouwensbeginsel, stellende dat hij jarenlang huur betaalde zonder dat de bijstand werd verlaagd. De Raad oordeelt dat hiervoor geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen zijn gedaan door het bestuursorgaan.
De Raad bevestigt daarom de toepassing van de kostendelersnorm en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en wijst het hoger beroep af.