Uitspraak
16.7281 WMO15
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 10 juli 2015;
Centrale Raad van Beroep
Appellante, met lichamelijke en psychische beperkingen, ontving huishoudelijke hulp van haar dochter die zij betaalde uit een persoonsgebonden budget (pgb). Het college van burgemeester en wethouders van Waalwijk wees een aanvraag voor een maatwerkvoorziening af, stellende dat de dochter mantelzorg verleende en appellante daardoor geen recht had op compensatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat onvoldoende was aangetoond dat de dochter betaald werd, waardoor sprake zou zijn van mantelzorg. In hoger beroep stelde appellante dat de hulp niet als mantelzorg kan worden aangemerkt omdat de dochter betaling verlangde.
De Raad bevestigde dat mantelzorg alleen onbetaald en vrijwillig kan zijn, en dat de dochter in afwachting van de uitspraak noodgedwongen zorg verleende. Hierdoor was het college ten onrechte van mening dat appellante voldoende zelfredzaam was. De Raad vernietigde het besluit en kende appellante een pgb toe voor 4 uur huishoudelijke hulp per week over 67 weken, inclusief proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Appellante krijgt een persoonsgebonden budget voor 4 uur huishoudelijke hulp per week toegekend over 67 weken, en het college wordt veroordeeld in proceskosten.