ECLI:NL:CRVB:2018:3793
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens verjaring van rentevergoeding over nabetalingen pensioen
Appellanten, de erven van betrokkene, maakten aanspraak op vergoeding van wettelijke rente over nabetalingen van een buitengewoon pensioen uit de periode 2008 en 2009. Verweerder, de Sociale verzekeringsbank, wees dit verzoek af met een beroep op verjaring.
De Raad stelde vast dat de vordering tot betaling van rente verjaard is na vijf jaar, tenzij sprake is van stuiting. Appellanten stelden dat zij tijdig brieven hadden gestuurd die de verjaring zouden stuiten, maar verweerder ontkende ontvangst en er was onvoldoende bewijs van verzending. Ook gesprekken met een medewerker van verweerder betroffen slechts rente over latere nabetalingen.
De Raad concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden bestonden die verweerder verplichten af te zien van het beroep op verjaring. Het bestreden besluit kon daarom in stand blijven en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens verjaring van de vordering tot rentevergoeding over nabetalingen van 2008 en 2009.