Uitspraak
17.4853 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
bevestigt de aangevallen uitspraak;
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving sinds 2009 bijstand op grond van de Participatiewet. Na een anonieme melding startte het college een onderzoek naar haar rechtmatigheid van bijstand, waarbij bleek dat zij stelselmatig sieraden had verpand, kasstortingen ontving en kookwerkzaamheden verrichtte met vergoeding zonder dit te melden.
Het college besloot de bijstand met terugwerkende kracht vanaf 2009 in te trekken en de kosten van bijstand terug te vorderen, omdat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende inzicht gaf in de waarde en transacties van haar sieraden, de kasstortingen niet afdoende verklaarde en geen concrete bewijsstukken over haar werkzaamheden en inkomsten overlegde. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
Hoewel het college later weer bijstand toekende na verbetering van de omstandigheden, bleef de intrekking en terugvordering over de eerdere periode terecht. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en de Raad wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.