ECLI:NL:CRVB:2012:BW5334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en intrekking bijstand wegens niet-melding inkomsten uit hondenfokkerij
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een anonieme melding over inkomsten uit het fokken van honden startte het dagelijks bestuur een onderzoek. Dit leidde tot herziening en intrekking van bijstand over diverse maanden en een terugvordering van te veel betaalde bedragen.
Appellante voerde aan dat zij het dagelijks bestuur op de hoogte had gesteld en dat zij geen melding hoefde te maken zolang zij geen winst maakte, beriep zich op het vertrouwensbeginsel en stelde dat de kosten van de moederhond als verwervingskosten in mindering moesten worden gebracht. De Raad oordeelde dat de inlichtingenverplichting was geschonden omdat alle inkomsten gemeld hadden moeten worden, ongeacht of de activiteiten hobbymatig waren.
Het dagelijks bestuur had terecht alleen concrete, verifieerbare kosten in mindering gebracht en was bevoegd de bijstand te herzien, in te trekken en terug te vorderen. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt verworpen en de herziening, intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.