ECLI:NL:CRVB:2018:4286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens juiste medische beoordeling en zorgvuldige besluitvorming
Appellant, voormalig constructiebankwerker, verzocht om een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid door rug-, elleboog- en psychische klachten. Het UWV wees de uitkering af omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Na bezwaar en beroep bleef dit besluit ongewijzigd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen van appellant niet waren onderschat.
In hoger beroep stelde appellant dat het medische onderzoek niet zorgvuldig was omdat hij niet zelf was onderzocht door de verzekeringsarts bezwaar en beroep en dat zijn beperkingen, met name op cognitief gebied, onvoldoende waren meegewogen. Hij verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad beoordeelde dit aan de hand van het arrest Korošec en concludeerde dat het onderzoek zorgvuldig was, de medische stukken adequaat waren beoordeeld en er geen schending was van equality of arms.
De Raad volgde de rechtbank in de inhoudelijke beoordeling dat de beperkingen juist waren vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst. De door appellant overgelegde medische rapporten boden geen grond voor een andere beoordeling. De voorgehouden functies waren medisch geschikt. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens juiste medische beoordeling en zorgvuldige besluitvorming.