ECLI:NL:CRVB:2018:503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm bij gedeelde huurwoning zonder commerciële huurprijs
Appellant ontving bijstand en woonde met meerdere personen op een adres. Het college paste de kostendelersnorm toe en herzag de bijstand, omdat het vermoedde dat sprake was van commerciële huur. Appellant voerde aan dat hij een commerciële huurprijs betaalde en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden.
Uit onderzoek bleek dat het pand en een berging met elkaar verbonden waren en dat de huurprijs niet gebaseerd was op de daadwerkelijke woonruimtes, maar een gelijke verdeling van de totale huur van het pand betrof. De hoofdhuurder betaalde de eigenaar een totaalbedrag, en de bewoners betaalden onderling bedragen die lager waren dan de beleidsregels voor commerciële huur.
De Raad oordeelde dat geen sprake was van een commerciële huurprijs zoals bedoeld in de wet, omdat er geen zelfstandige rechtspositie van de bewoners ten opzichte van de verhuurder was. Ook de hardheidsclausule kon niet worden toegepast, omdat appellant geen verifieerbare gegevens over onaanvaardbare gevolgen had aangeleverd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De terugvordering van te veel ontvangen bijstand was terecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de kostendelersnorm terecht is toegepast en verklaart het hoger beroep ongegrond.