ECLI:NL:CRVB:2018:6
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boetebesluit wegens schending hoorrecht en matiging boete in bijstandszaak
Betrokkene ontving bijstand volgens de Wet werk en bijstand (WWB) en had niet tijdig de ontvangst van kinderalimentatie gemeld, wat leidde tot herziening van de bijstand en oplegging van een boete door het college van burgemeester en wethouders van Enschede.
De rechtbank stelde vast dat het bestuursorgaan het hoorrecht van betrokkene had geschonden door een hoorzitting te plannen terwijl betrokkene en haar gemachtigde om uitstel hadden verzocht. De rechtbank vernietigde het boetebesluit en matigde de boete vanwege de draagkracht van betrokkene.
In hoger beroep betoogde appellant dat het hoorrecht niet was geschonden en dat sprake was van grove schuld, rechtvaardigend een hogere boete. De Raad oordeelde echter dat het hoorrecht wel was geschonden en dat appellant niet had aangetoond dat sprake was van grove schuld. De boete bleef daarom gematigd op 50% van het benadelingsbedrag.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraken, wees het hoger beroep af en veroordeelde appellant tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere vernietiging van het boetebesluit en matiging van de boete worden bevestigd.