ECLI:NL:CRVB:2018:632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ziektewetuitkering geweigerd wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking
Appellant diende een aanvraag in voor een Ziektewetuitkering naar aanleiding van een ongeval op 27 mei 2007 waarvan hij nog steeds de gevolgen ondervindt. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees de aanvraag af omdat appellant niet verzekerd was, omdat er geen dienstverband bestond met de werkgever in de relevante periode.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij geen schriftelijke arbeidsovereenkomst kon overleggen en geen bewijs leverde van een mondelinge overeenkomst of verlenging van een eerder dienstverband. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel degelijk een privaatrechtelijke dienstbetrekking had en overhandigde aanvullende documenten, maar kon niet aantonen dat er een arbeidsovereenkomst was gesloten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stond met de werkgever. De intentie van de werkgever om een dienstverband aan te bieden werd niet geëffectueerd vanwege het ongeval en het ontbreken van werkzaamheden. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stond en daarom geen recht heeft op een Ziektewetuitkering.