ECLI:NL:CRVB:2011:BR1540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt weigering WW-uitkering wegens niet voldoen aan wekeneis en terugvordering onverschuldigde uitkeringen
Appellant heeft een WW-uitkering aangevraagd maar voldeed niet aan de wettelijke 26-wekeneis in de referteperiode van 12 oktober 2006 tot 21 juni 2007. Ondanks ingediende loonstroken concludeerde het UWV na onderzoek dat deze stroken niet overeenstemmen met de administratie van de werkgever en mogelijk vervalst zijn.
Het UWV besloot daarom de WW-uitkering en toeslag per 25 juni 2007 te weigeren en onverschuldigde betalingen terug te vorderen. Appellant stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat het UWV de bewijslast onterecht bij hem legde. Ook voerde hij aan dat er dringende redenen waren om terugvordering te matigen en verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad oordeelde dat appellant reeds op grond van zijn eigen opgave niet aan de wekeneis voldeed en dat het UWV terecht het onderzoeksrapport als betrouwbaar mocht beschouwen. Er waren geen dringende redenen om terugvordering te matigen en er was geen sprake van een overschrijding van de redelijke termijn. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering en de terugvordering van onverschuldigde uitkeringen en toeslagen.