ECLI:NL:CRVB:2018:71
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering pgb wegens onvoldoende verantwoording en eigen verantwoordelijkheid verzekerde
De zaak betreft hoger beroep tegen besluiten van het Zorgkantoor waarin persoonsgebonden budgetten (pgb) voor de jaren 2013 en 2014 lager werden vastgesteld dan oorspronkelijk toegekend, vanwege onvoldoende verantwoording van de besteding door appellanten.
Het Zorgkantoor stelde vast dat appellanten niet voldeden aan de administratieve verplichtingen uit artikel 2.6.9 van de Regeling subsidies AWBZ (Rsa) en vorderde terugbetaling van onverschuldigd betaalde bedragen. Appellanten erkenden de tekortkomingen in de administratie, maar voerden aan dat zij de administratie hadden uitbesteed en dat het Zorgkantoor onvoldoende had voorgelicht.
De Raad oordeelde dat het Zorgkantoor bevoegd was de pgb’s lager vast te stellen op grond van de Awb en dat deze bevoegdheid met inachtneming van een evenredige belangenafweging was uitgeoefend. De eigen verantwoordelijkheid van de verzekerde voor de verantwoording van het pgb blijft gelden, ook als het beheer door derden wordt gedaan. De aangevoerde omstandigheden rechtvaardigen geen andere belangenafweging.
Daarom worden de beroepen ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van pgb’s wegens onvoldoende verantwoording door appellanten.