Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 1.002,-;
- bepaalt dat van appellant een griffierecht wordt geheven van € 503,-.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving vanaf 2012 studiefinanciering als uitwonende studente. Na buurtonderzoek en verklaringen van buren stelde de Minister dat betrokkene niet op het geregistreerde adres woonde en herzag de studiefinanciering tot thuiswonend met terugvordering van €7.638,21.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de verklaringen van buren onvoldoende feitelijke grondslag boden en betrokkene aanvullende verklaringen overlegde die haar aanwezigheid op het adres ondersteunden. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het onderzoeksrapport niet voldoet aan de eisen voor getuigenverklaringen.
De Minister voerde in hoger beroep aan dat reisgegevens van de OV-kaart aanvullend bewijs leveren. De Raad oordeelt dat deze gegevens slechts beperkt bewijs vormen en dat betrokkene aannemelijk heeft gemaakt dat delen van de reisgegevens niet van haar zijn, waardoor deze onvoldoende zijn om het besluit te rechtvaardigen.
De Raad concludeert dat de Minister niet aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene niet op het adres woonde en bevestigt de vernietiging van het herzieningsbesluit. Tevens wordt de Minister veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het herzieningsbesluit en wijst het hoger beroep van de Minister af.