Uitspraak
16.5560 ZW, 17/2525 ZW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraken;
- wijst af het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, maakte aanspraak op ziekengeld op grond van bekken- en psychische klachten. Het UWV stelde na medische beoordelingen dat zij geschikt was voor haar laatst verrichte arbeid en beëindigde haar ziekengeld. De rechtbank Rotterdam verklaarde haar beroepen tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten dat haar klachten onvoldoende in samenhang waren beoordeeld en dat haar psychische klachten na een incident waren toegenomen. Zij voerde tevens schending van het beginsel van equality of arms aan, stellende dat een onafhankelijke deskundige had moeten worden ingeschakeld.
De Centrale Raad overwoog dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om medische stukken in te brengen en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de klachten en medische informatie adequaat had beoordeeld. Er was geen sprake van een substantieel nadeliger positie voor appellante. De Raad onderschreef de gronden van de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraken. Het verzoek tot vergoeding van schade werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraken bevestigd; geen recht op voortzetting ziekengeld.