ECLI:NL:CRVB:2018:790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-aanvraag wegens onvoldoende duurzaam arbeidsongeschikt
Appellante, geboren in 1990, diende op 29 december 2014 een Wajong-aanvraag in wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid. Het UWV wees deze aanvraag af omdat appellante ondanks haar beperkingen niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt is. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen twijfel bestond over de juistheid van de bevindingen van de verzekeringsarts.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar huidaandoening was verergerd en dat zij psychische klachten had ontwikkeld, waardoor sprake zou zijn van een niet-medisch stabiele situatie en duurzaamheid. De Raad overwoog dat de beoordeling van de aanvraag moet plaatsvinden aan de hand van de Wajong 2010, omdat de aanvraag na 10 september 2014 maar vóór 1 januari 2015 was ingediend.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen zijn dat appellante op de datum van de aanvraag volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. De latere verslechtering van haar situatie doet hieraan niet af, omdat de beoordeling zich richt op de situatie op het moment van de aanvraag. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-aanvraag wegens het ontbreken van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid op de datum van de aanvraag.