ECLI:NL:CRVB:2019:1413

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 april 2019
Publicatiedatum
25 april 2019
Zaaknummer
17-6100 PW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16 PW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing aanvullende inkomensvoorziening ouderen wegens ontbreken Nederlandse nationaliteit

Appellant verzocht om een aanvullende inkomensvoorziening ouderen op grond van de Participatiewet, welke door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd afgewezen omdat appellant niet de Nederlandse nationaliteit bezat in de relevante periode.

De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij zijn Nederlandse nationaliteit niet had verloren, maar deze stelling werd verworpen. Een eerdere beschikking van de rechtbank Den Haag bevestigde dat appellant afstand had gedaan van zijn Nederlanderschap op 9 februari 2011.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen Nederlandse nationaliteit had in de beoordelingsperiode en dat het beroep op zeer dringende redenen op grond van artikel 16 van Pro de Participatiewet daarom niet slaagt. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de aanvullende inkomensvoorziening ouderen wordt bevestigd wegens ontbreken van de Nederlandse nationaliteit.

Uitspraak

17.6100 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 28 augustus 2017, 17/1351 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Suriname (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 9 april 2019
Zitting hebben:
O.L.H.W.I. Korte als voorzitter en P.W. van Straalen en J.T.H. Zimmerman als leden.
Griffier: S.A. de Graaff.
Appellant is ter zitting niet verschenen. Namens de Svb is verschenen mr. K. Verbeek.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij besluit van 8 november 2016, na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij besluit van
26 januari 2017 (bestreden besluit), heeft de Svb de aanvraag van appellant om een aanvullende inkomensvoorziening ouderen op grond van de Participatiewet (PW) afgewezen.
Daaraan heeft de Svb ten grondslag gelegd dat appellant in de te beoordelen periode niet de Nederlandse nationaliteit had. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Appellant voert in hoger beroep aan dat hij niet de Nederlandse nationaliteit heeft verloren.
Die beroepsgrond slaagt niet. Bij beschikking van de Rechtbank Den Haag van 8 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:2741, is het verzoek van appellant tot vaststelling van zijn Nederlanderschap afgewezen. Hieruit volgt dat appellant de Nederlandse nationaliteit niet heeft en die ook niet had in de te beoordelen periode, omdat hij afstand had gedaan van zijn Nederlanderschap op 9 februari 2011. De in dit hoger beroep aangevoerde gronden die zien op het Nederlanderschap zijn in die rechtbankprocedure naar voren gebracht en verworpen. De genoemde beschikking van de rechtbank heeft kracht van gewijsde gekregen, waardoor vaststaat dat appellant het Nederlanderschap in de te beoordelen periode niet heeft gehad.
Voor het beroep op zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16 van Pro de PW heeft appellant tot uitgangspunt genomen dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. Nu hij die niet heeft, slaagt ook deze grond niet.
Geen aanleiding bestaat voor een veroordeling in de proceskosten.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) S.A. de Graaff (getekend) O.L.H.W.I. Korte
lh