ECLI:NL:CRVB:2019:1413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- P.W. van Straalen
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvullende inkomensvoorziening ouderen wegens ontbreken Nederlandse nationaliteit
Appellant verzocht om een aanvullende inkomensvoorziening ouderen op grond van de Participatiewet, welke door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd afgewezen omdat appellant niet de Nederlandse nationaliteit bezat in de relevante periode.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij zijn Nederlandse nationaliteit niet had verloren, maar deze stelling werd verworpen. Een eerdere beschikking van de rechtbank Den Haag bevestigde dat appellant afstand had gedaan van zijn Nederlanderschap op 9 februari 2011.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen Nederlandse nationaliteit had in de beoordelingsperiode en dat het beroep op zeer dringende redenen op grond van artikel 16 van Pro de Participatiewet daarom niet slaagt. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de aanvullende inkomensvoorziening ouderen wordt bevestigd wegens ontbreken van de Nederlandse nationaliteit.