Uitspraak
17.6738 WW
J.C. Geldof.
OVERWEGINGEN
€ 2.520,- opgelegd wegens schending van de informatieplicht.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft een WW-uitkering ontvangen na ontslag wegens economische redenen. Het Uwv heeft haar uitkering herzien en teruggevorderd omdat zij niet het juiste aantal gewerkte uren had doorgegeven, zowel bij haar werkzaamheden als babs als bij haar werkzaamheden bij een andere werkgever. Tevens is een boete opgelegd wegens schending van de informatieplicht.
De rechtbank Rotterdam heeft de terugvordering en boete gecorrigeerd en deels toegewezen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het Uwv het vertrouwensbeginsel had geschonden omdat zij had geïnformeerd of bepaalde werkzaamheden invloed hadden op haar uitkering. De Raad overwoog dat er geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen waren gedaan die een gerechtvaardigde verwachting konden wekken.
De Raad bevestigt dat appellante niet volledig was in haar opgave van gewerkte uren en dat het Uwv terecht de uitkering heeft herzien en teruggevorderd. Ook de hoogte van de boete wordt als evenredig beoordeeld. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening, terugvordering en boete bevestigd.