ECLI:NL:CRVB:2019:1570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering pgb 2014 wegens niet-naleving verantwoordingsverplichtingen en niet-AWBZ-zorg
Appellant ontving voor 2014 een persoonsgebonden budget (pgb) van €36.523,05 voor AWBZ-zorg. Het zorgkantoor keurde echter een groot deel van de verantwoordde kosten voor zorgverleners af wegens ontbrekende gegevens en stelde het pgb lager vast op €7.180,03, met terugvordering van €29.655,64.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. In hoger beroep voerde appellant aan dat de pgb-administratie weliswaar niet volledig was, maar dat de geleverde zorg door de zorgverleners wel degelijk uit het pgb betaald mocht worden en dat terugvordering onredelijk is gezien zijn betalingsonmacht.
De Raad oordeelde dat appellant niet voldeed aan de in de Regeling subsidies AWBZ gestelde verantwoordingsverplichtingen. Tevens was onvoldoende aannemelijk dat de zorg van de genoemde zorgverleners AWBZ-zorg betrof. De Raad vond de terugvordering daarom terecht en niet onredelijk, ook niet gelet op de betalingsproblemen van appellant. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het pgb over 2014 wegens niet-naleving van verantwoordingsverplichtingen en onvoldoende bewijs van AWBZ-zorg.