ECLI:NL:CRVB:2019:1649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- Y.J. Klik
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toeslag wegens niet melden gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 2011 een toeslag op grond van de Toeslagenwet. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde na een onderzoek vast dat appellante vanaf 1 januari 2013 samen met haar ex-partner een gezamenlijke huishouding voerde, terwijl zij dit niet had gemeld. Het Uwv trok de toeslag per 1 januari 2013 in en vorderde de teveel ontvangen bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij haar verklaring had ingetrokken en onder druk verkeerde bij het afleggen daarvan, maar de Raad verwierp deze stellingen. De Raad oordeelde dat het hoofdverblijf van haar ex-partner sinds 2013 hetzelfde was als dat van appellante en dat er sprake was van een gezamenlijke huishouding op grond van objectieve criteria.
Verder oordeelde de Raad dat appellante haar meldingsplicht had geschonden en dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. Ook het gemis van een hoorzitting in de bezwaarfase werd door de rechtbank terecht gepasseerd. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de toeslag wegens het niet melden van de gezamenlijke huishouding.