ECLI:NL:CRVB:2019:1668
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Hillen
- E.C.G. Okhuizen
- Th. C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdelijke ontheffing arbeidsplicht voor drie jaar wegens onvoldoende bewijs volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellante ontvangt sinds 2010 bijstand en is in 2013 voor twee jaar vrijgesteld van arbeidsverplichtingen vanwege arbeidsongeschiktheid. Na afloop van deze periode heeft het college een onderzoek laten uitvoeren door een deskundige dienst, die concludeerde dat appellante geen duurzaam benutbare mogelijkheden heeft voor gangbare arbeid, maar dat haar belastbaarheid kan toenemen bij adequate behandeling en hereniging met haar echtgenoot.
Het college verleende daarop een tijdelijke ontheffing van de arbeidsplicht voor drie jaar, conform het geldende beleid. Appellante maakte bezwaar en vorderde een ontheffing voor vijf jaar of permanente ontheffing wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid, onderbouwd met medische rapporten en een deskundigenrapport.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het advies van de deskundige dienst zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd is, en dat de medische stukken geen aanleiding geven te concluderen dat appellante volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. De Raad stelt vast dat verbetering van de psychische klachten mogelijk is, mede door behandeling en hereniging met haar echtgenoot.
De Raad bevestigt dat het college binnen zijn beoordelingsvrijheid heeft gehandeld door een tijdelijke ontheffing van drie jaar te verlenen en dat appellante onvoldoende heeft onderbouwd dat toepassing van de hardheidsclausule of afwijking van het beleid gerechtvaardigd is. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de tijdelijke ontheffing van de arbeidsplicht voor drie jaar en wijst het hoger beroep af.