Uitspraak
16.7382 ZW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatstelijk werkzaam als apothekersassistente, meldde zich ziek met fysieke en depressieve klachten na haar bevallingsverlof. Het UWV stelde haar ziekengeld vast op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en beëindigde dit toen zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was voor het benoemen van een deskundige.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunten en overhandigde aanvullende medische stukken, waaronder een rapport van een medisch adviseur en een patiëntbericht. Zij verzocht tevens om een onafhankelijke deskundige. De Raad volgde het UWV en de rechtbank in hun oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat het protocol voor depressieve stoornissen slechts een hulpmiddel is en dat er geen aanwijzingen waren dat de beperkingen van appellante onjuist waren vastgesteld.
De Raad overwoog dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om haar standpunt te onderbouwen en dat er geen sprake was van een ongelijkwaardige positie (equality of arms). De functies waarop de beoordeling was gebaseerd, waren medisch geschikt voor appellante. Het hoger beroep en het verzoek om schadevergoeding werden afgewezen, evenals het verzoek om proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt geweigerd.