ECLI:NL:CRVB:2019:1787
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van duurzaamheid arbeidsongeschiktheid voor Wajong-uitkering en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant vroeg op 19 december 2014 een Wajong-uitkering aan vanwege stemmingsklachten, een verstoord dag- en nachtritme en cannabisverslaving. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant niet duurzaam arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat appellant volledig arbeidsongeschikt was, maar dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was omdat er behandelmogelijkheden waren die verbetering mogelijk maakten. De aanwezigheid van de ziekte van Bechterew in aanleg op de aanvraagdatum werd niet als voldoende bewijs voor duurzaamheid gezien. De Raad volgde het UWV in de beoordeling dat op de aanvraagdatum geen medisch stabiele of verslechterende situatie bestond.
Daarnaast kende de Raad appellant een schadevergoeding van €500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuursrechtelijke procedure. De Staat werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding en de proceskosten van €256. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Wajong-uitkering wordt terecht geweigerd; schadevergoeding van €500 toegekend wegens termijnoverschrijding.