ECLI:NL:CRVB:2019:18
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengeld op grond van geschiktheid voor functies volgens FML bevestigd
Appellant, voormalig productiemedewerker, meldde zich ziek met psychische klachten en kreeg ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek dat appellant geschikt was voor bepaalde functies waarmee hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, en beëindigde daarom het ziekengeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de FML correct was vastgesteld. De geschiktheid van de geselecteerde functies werd als voldoende gemotiveerd beoordeeld, waarbij appellant voldeed aan het opleidingsniveau en de taalvaardigheid.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen door psychische klachten, rugklachten en medicijngebruik onderschat waren, maar hij had de juistheid van de FML eerder prijsgegeven. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat appellant zich niet mocht beroepen op deze prijsgegeven grondslag. De Raad bevestigde dat het UWV terecht had vastgesteld dat appellant geschikt was voor de functies en dat het ziekengeld terecht was beëindigd.
De Centrale Raad van Beroep wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.