ECLI:NL:CRVB:2019:1830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken ingezetenschap Nederland op 17-jarige leeftijd
Appellante, geboren in 1961 in de Dominicaanse Republiek, woonde op haar zeventiende en achttiende jaar op Curaçao en kwam pas in 1985 naar Nederland. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees haar aanvraag voor een Wajong-uitkering af omdat zij op haar achttiende verjaardag niet in Nederland woonde en dus niet als ingezetene van Nederland kon worden aangemerkt.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het verblijf op Curaçao niet gelijkgesteld kan worden met ingezetenschap in Nederland. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij ingezetene was van het Koninkrijk der Nederlanden en dat dit gelijkgesteld moest worden met ingezetenschap in Nederland, verwijzend naar het concordantiebeginsel uit het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat een duurzame persoonlijke band met Nederland op haar zeventiende jaar ontbrak en dat het wonen op het Caribisch deel van Nederland niet gelijkgesteld kan worden met wonen in Nederland. De Raad is bovendien niet bevoegd tot toetsing van de AAW aan het Statuut. Het hoger beroep werd verworpen en de afwijzing van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag van appellante voor een Wajong-uitkering wordt afgewezen omdat zij op haar zeventiende jaar niet als ingezetene van Nederland kan worden beschouwd.