Uitspraak
17.3364 ZW
31 maart 2017, 16/2418 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
40 uur per week te werken in passende arbeid.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant meldde zich op 22 april 2015 ziek terwijl hij een WW-uitkering ontving. Vanaf 22 juli 2015 werd hem ziekengeld toegekend op grond van de Ziektewet. Op 30 september 2015 stelde het UWV een Plan van aanpak op met re-integratieverplichtingen voor appellant. Appellant maakte bezwaar tegen dit plan, dat deels werd gehonoreerd bij besluit van 28 april 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in met het argument dat ten onrechte werd aangenomen dat hij 40 uur per week kon werken. Het UWV stelde dat appellant geen procesbelang meer had omdat zijn ZW-uitkering per 21 mei 2016 was beëindigd en hij geen bezwaar had gemaakt tegen die beëindiging.
De Raad oordeelde dat procesbelang ontbreekt wanneer het beoogde resultaat niet meer kan worden bereikt. Aangezien de ZW-uitkering was beëindigd en er geen sancties waren opgelegd wegens het niet naleven van het Plan van aanpak, waren er geen verplichtingen meer. Een nieuw Plan van aanpak kan pas bij een nieuwe ziekmelding worden aangevochten.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na beëindiging van de Ziektewet-uitkering.