ECLI:NL:CRVB:2019:1980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellante was werkzaam als machinebediende en viel in 2008 uit wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde in 2013 vast dat zij volledig arbeidsongeschikt was en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe, die in 2015 werd beëindigd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvoldoende was, dat specialistische deskundigheid ontbrak en dat een onafhankelijke deskundige moest worden ingeschakeld.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, mede omdat een verzekeringsarts bezwaar en beroep betrokken was en dat er geen aanwijzingen waren voor onjuiste vaststelling van beperkingen. De inschakeling van een onafhankelijke deskundige was niet nodig, mede omdat appellante zelf medische stukken en deskundigen had ingeschakeld. De geselecteerde functies waren passend en het beroep werd ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WGA-uitkering terecht is beëindigd na zorgvuldige medische beoordeling.