Uitspraak
18.1961 PW
23 februari 2018, 17/4230 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving eerder bijstand tot 23 februari 2017, die werd ingetrokken wegens niet-naleving van afspraken. Na meerdere pogingen om bijstand aan te vragen, werd deze uiteindelijk toegekend met ingang van 8 mei 2017. Het dagelijks bestuur verrekende een lening van december 2016 met de bijstand over mei en juni 2017 en gaf appellant een schriftelijke waarschuwing wegens het niet melden van deze lening.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de bijstand terecht vanaf 8 mei 2017 werd toegekend en dat de lening als middel mocht worden verrekend. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de bijstand met terugwerkende kracht vanaf 2 maart of 31 maart 2017 had moeten worden toegekend en dat de lening als gift moest worden aangemerkt.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank, benadrukte dat bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt toegekend tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen, en wees het beroep af. Ook oordeelde de Raad dat de lening niet als gift kan worden beschouwd en dat verrekening binnen de wettelijke termijn is toegestaan, ook bij tussentijdse onderbreking van de bijstand. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De bijstand is terecht toegekend vanaf 8 mei 2017 en de lening mag worden verrekend; het hoger beroep en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.