ECLI:NL:CRVB:2019:2303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvragen dakloze wegens onvoldoende verblijfplaatsinformatie
Appellant heeft in 2017 meerdere keren bijstand aangevraagd als dakloze bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. De aanvragen werden afgewezen omdat appellant geen concrete en verifieerbare informatie kon geven over zijn verblijfplaatsen, terwijl dit noodzakelijk is om het recht op bijstand vast te stellen.
Tijdens intakegesprekken en correspondentie heeft appellant verklaard op straat te verblijven en geen vaste verblijfplaats te hebben. Het college bood hem meerdere malen de mogelijkheid om zijn verblijfplaatsen aan te geven via formulieren, maar appellant leverde geen controleerbare gegevens aan. Het college kon daardoor niet vaststellen dat appellant recht had op bijstand.
De rechtbank Amsterdam verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het college's werkwijze en de afwijzing van de aanvragen bevestigd. De Raad oordeelde dat het college voldoende maatwerk heeft geleverd en dat de eis van controleerbare verblijfplaatsgegevens niet onredelijk is. De hoger beroepen zijn afgewezen en de eerdere uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen wegens onvoldoende controleerbare informatie over verblijfplaatsen.