ECLI:NL:CRVB:2019:2428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering studiefinanciering wegens niet-wonen op BRP-adres
Appellante stond ingeschreven op een BRP-adres en ontving studiefinanciering als uitwonende studente. Na een huisbezoek door controleurs concludeerde de minister dat appellante niet op dat adres woonde en herzag de studiefinanciering, met terugvordering van een bedrag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek onvoldoende grondig was, dat het rapport onvolledig was en dat zij wel degelijk op het adres woonde, onderbouwd met getuigenverklaringen.
De Raad oordeelde dat het huisbezoek en het rapport voldoende feitelijke grondslag boden voor de conclusie van de minister. Persoonlijke spullen van appellante waren nauwelijks aanwezig, en de aanwezigheid van spullen van een ander in de kamer vormde een contra-indicatie. Het rapport was door appellante ondertekend, wat de juistheid ervan ondersteunt.
De Raad vond dat er geen noodzaak was voor nader onderzoek en dat de getuigenverklaringen onvoldoende concreet waren om de woonsituatie te wijzigen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van studiefinanciering wordt bevestigd.