ECLI:NL:CRVB:2019:2645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging dienstverband wegens handgemeen tijdens privé-uitlaatronde hond en gevolgen voor WW-uitkering
Betrokkene was werkzaam bij de gemeente in een functie waarbij hij hondenbezitters moest wijzen op hun verplichtingen. Tijdens het uitlaten van zijn hond raakte hij in een handgemeen met een buurman, waarbij hij de buurman sloeg. Dit leidde tot een strafrechtelijke veroordeling en het verlies van zijn opsporingsbevoegdheid.
Het college verleende betrokkene ontslag wegens zeer ernstig plichtsverzuim. Het Uwv weigerde vervolgens de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond omdat het ontslag niet onverwijld was gegeven, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat het gedrag van betrokkene, ondanks dat het in de privésfeer plaatsvond, niet verenigbaar was met zijn functie en dat het college het dienstverband terecht heeft beëindigd. Er was sprake van een dringende reden en verwijtbare werkloosheid, waardoor de WW-uitkering terecht werd geweigerd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de WW-uitkering wordt geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.