Uitspraak
17.1079 WAO
OVERWEGINGEN
1 juli 2015 van de wijze van inkomstenverrekening in de WAO, waardoor niet langer een uurloonvergelijking wordt toegepast maar een periodeloonvergelijking, heeft het Uwv
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds 2007 een WAO-uitkering die werd stopgezet vanwege inkomsten uit arbeid. Na een herbeoordeling in 2015 paste het UWV de uitkering aan op basis van een nieuwe methode voor inkomstenverrekening, waardoor appellant recht kreeg op een hogere uitkering met terugwerkende kracht vanaf 27 oktober 2014.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit dat de terugwerkende kracht niet verder ging dan één jaar en stelde dat het UWV eerder had moeten starten met de uitbetaling, omdat het UWV al vanaf 2008 op de hoogte was van zijn dienstverband en inkomsten. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het UWV het buitenwettelijk begunstigend beleid consistent had toegepast.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad stelde vast dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden door de wijziging in inkomsten niet te melden en dat het UWV het beleid correct had gevolgd door de uitkering met één jaar terugwerkende kracht te hervatten vanaf het moment dat het UWV door eigen onderzoek op de hoogte was van de wijziging.
De Raad verwierp het beroep van appellant dat het UWV eerder had moeten controleren en oordeelde dat de aangevallen uitspraak terecht was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugwerkende kracht van de WAO-uitkering blijft beperkt tot één jaar vanaf het moment dat het UWV kennis nam van de gewijzigde inkomsten.