ECLI:NL:CRVB:2019:2748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ANW-uitkering wegens minder dan 45% arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW), maar de Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit af omdat zij minder dan 45% arbeidsongeschikt is. Na bezwaar en een eerdere vernietiging door de rechtbank, stelde de Svb een nieuw besluit op basis van een uitgebreid medisch en arbeidskundig onderzoek door het UWV.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit nieuwe besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Appellante voerde aan dat de geselecteerde functies niet geschikt waren vanwege haar analfabetisme, verminderde gezichtsvermogen en religieuze overtuigingen, maar deze bezwaren werden door de rechtbank verworpen.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelt dat het medisch en arbeidskundig onderzoek deugdelijke gronden biedt voor de conclusie dat appellante minder dan 45% arbeidsongeschikt is en dat de voor haar geselecteerde functies passend zijn. Er is geen aanleiding om het medisch oordeel te betwijfelen en de persoonlijke omstandigheden leiden niet tot ongeschiktheid van de functies.
De Raad wijst ook op vaste rechtspraak dat persoonlijke geloofsovertuigingen niet meewegen bij de beoordeling van de geschiktheid van functies. De aanvraag van appellante om een ANW-uitkering wordt daarom terecht afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de ANW-uitkering omdat appellante minder dan 45% arbeidsongeschikt is.