ECLI:NL:CRVB:2019:3005
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens ononderbroken arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als secretaresse en viel uit wegens spanningsklachten. Het UWV weigerde een WIA-uitkering omdat zij niet 104 weken onafgebroken arbeidsongeschikt zou zijn geweest. De rechtbank bevestigde dit besluit op basis van een verzekeringsartsrapport.
In hoger beroep bracht appellante nieuwe medische stukken in, waaronder rapporten van psychiater Kazemier, die een bipolaire stoornis en ernstige beperkingen in functioneren bevestigen. De Raad beoordeelde dat appellante ook in de periode van 9 september 2013 tot 16 juli 2014 ongeschikt was voor haar werk.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het UWV-besluit, verklaarde het beroep gegrond en droeg het UWV op een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het UWV-besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.