Uitspraak
16.5590 WAJONG
OVERWEGINGEN
BESLISSING
D. Hardonk-Prins als leden, in tegenwoordigheid van M.A.A. Traousis als griffier.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak staat centraal of betrokkene op 1 oktober 2014 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was in de zin van artikel 2:4 van Pro de Wajong 2010, en daarmee in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering.
De Raad verwijst naar een eerdere tussenuitspraak waarin werd vastgesteld dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd en onzorgvuldig was voorbereid. Ter uitvoering daarvan heeft het UWV aanvullende rapporten van een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige ingebracht, waarin nader werd gemotiveerd dat betrokkene niet duurzaam arbeidsongeschikt is. Deze rapporten onderbouwen dat betrokkene met behandeling en begeleiding verbetering kan bereiken en in staat is tot eenvoudig werk.
De Raad onderschrijft de medische en arbeidskundige beoordelingen en concludeert dat betrokkene op de datum in geding niet voldeed aan de voorwaarde van duurzame arbeidsongeschiktheid. Het standpunt van betrokkene, onderbouwd door zijn grootvader, dat hij meer of anders beperkt zou zijn, is niet met objectiveerbare medische stukken aangetoond.
Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard, waardoor het eerdere vonnis wordt vernietigd voor zover het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand. Daarnaast wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en de eerdere uitspraak wordt vernietigd voor zover het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.