ECLI:NL:CRVB:2019:3312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezit landbouwgrond niet gemeld; terugvordering AIO-aanvulling bevestigd
Appellant ontving een aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen (AIO) maar meldde niet dat hij landbouwgrond bezat in Turkije. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) ontdekte dit via onderzoek en trok de AIO aanpassing in en vorderde de verstrekte bedragen terug.
Appellant stelde dat hij geen beschikking had over de landbouwgrond en opbrengsten omdat hij deze had overgedragen aan zijn zwager en dat hij geen inkomsten had genoten. De Raad oordeelde dat appellant als eigenaar geregistreerd stond tot de verkoop in 2015 en dat de volmacht aan een derde hem niet ontsloeg van het beschikken over de grond.
Verder voerde appellant aan dat zijn financiële situatie dringende redenen vormde om terugvordering te voorkomen. De Raad stelde dat financiële omstandigheden niet voldoende zijn voor kwijtschelding tenzij er uitzonderlijke sociale of financiële gevolgen zijn, wat hier niet het geval was.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling bevestigd.