ECLI:NL:CRVB:2019:3664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering AIO-aanvulling wegens niet gemeld vermogen op bankrekening
Appellant ontving van maart 2015 tot juli 2016 een AIO-aanvulling, die door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd ingetrokken nadat bleek dat appellant een bankrekening met een groot saldo niet had gemeld. Appellant stelde dat het geld op de rekening toebehoorde aan een kennis en dat hij er geen zeggenschap over had, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De rechtbank oordeelde dat het tegoed op de rekening als vermogen van appellant moet worden beschouwd, mede omdat de rekening op zijn naam staat en hij deze kan sluiten. De rechtbank vond dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden en dat de opgelegde boete proportioneel was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de Belastingdienst het tegoed niet als zijn vermogen had aangemerkt en dat de rechtbank buiten de omvang van het geschil was getreden. De Centrale Raad van Beroep verwierp deze gronden, benadrukte dat de Svb niet gebonden is aan de fiscale vaststelling en bevestigde dat het tegoed tot het vermogen van appellant behoort. De Raad bevestigde ook de proportionaliteit van de boete en de schending van de inlichtingenverplichting.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de AIO-aanvulling en de boete wegens het niet melden van een bankrekening met een aanzienlijk saldo.