ECLI:NL:CRVB:2019:3795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling peildatum en herplaatsingsmogelijkheden bij aanvraag ontheffing werkzaamheden politie
Betrokkene, werkzaam bij de politie, diende op 5 september 2016 een aanvraag in voor ontheffing van werkzaamheden op grond van artikel 55aa van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp). De korpschef wees deze aanvraag af omdat op de peildatum 1 juni 2017 sprake was van een overbezetting. Betrokkene maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en stelde dat de korpschef de situatie op de aanvraagdatum had moeten beoordelen.
In hoger beroep stelde de korpschef dat de peildatum 1 juni 2017 wel passend was en dat hij nog moest onderzoeken of een herplaatsingskandidaat kon worden geplaatst. De Raad volgde dit standpunt en vernietigde het oordeel van de rechtbank over de peildatum. De Raad bevestigde de rest van de uitspraak en bepaalde dat beroep tegen het nieuwe besluit slechts bij de Raad kan worden ingesteld.
Het verzoek van betrokkene om schadevergoeding werd afgewezen omdat nog niet vaststaat hoe het nieuwe besluit zal luiden en of er schade is geleden. De Raad zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 november 2019.
Uitkomst: De Raad bevestigt de peildatum 1 juni 2017 als passend en wijst het verzoek om schadevergoeding af.