Uitspraak
18.4506 AW, 18/6264 AW, 18/6520 AW
18 juli 2018, 18/342 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
12 juli 2017 gegrond verklaard. Hierbij is medegedeeld dat alsnog inhoudelijk op de aanvraag van betrokkene wordt beslist.
.Betrokkene heeft ter zitting toegelicht dat hij niet beoogt dat de korpschef bij de motivering persoonsgegevens zoals de namen van de betrokken herplaatsingskandidaten noemt, maar wel dat per herplaatsingskandidaat wordt toegelicht waarom de plek van betrokkene op de peildatum geen passende plek is. Dit betoog slaagt. De door de korpschef gegeven motivering is, zoals de korpschef ter zitting heeft toegelicht, een samenvatting van het overzicht van het Landelijk Mobiliteitscentrum. De korpschef heeft op basis van dat overzicht in het bestreden besluit in zeer algemene bewoordingen en in categorieën omschreven waarom geen sprake is van een passende plek en daarbij het aantal herplaatsingskandidaten genoemd. Daarmee biedt de korpschef onvoldoende inzicht in de concrete redenen die tot de conclusie hebben geleid dat geen enkele herplaatsingskandidaat op de formatieplaats van betrokkene had kunnen worden geplaatst en op basis waarvan de aanvraag van betrokkene is afgewezen. Ten slotte blijkt uit het nadere besluit dat het onderzoek van de korpschef zich heeft gericht op de actuele situatie. Uit wat in 5.3 en 5.4 is overwogen volgt dat het onderzoek zich dient te richten op de situatie op de peildatum, 1 juni 2017. Het nadere besluit is daarom in strijd met het motiveringsbeginsel.
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover de rechtbank heeft geoordeeld dat de korpschef op grond van artikel 7:11 van Pro de Awb ex nunc mocht beslissen;
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 7 november 2018 gegrond en vernietigt dit besluit;
- draagt de korpschef op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak en bepaalt dat beroep tegen dit besluit slechts bij de Raad kan worden ingesteld;
- veroordeelt de korpschef in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 1.792-;
- bepaalt dat de korpschef aan betrokkene het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 253,- vergoedt;
- bepaalt dat van de korpschef een griffierecht van € 508,- wordt geheven.