ECLI:NL:CRVB:2019:3800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontheffing werkzaamheden en herplaatsing bij politie overbezetting
Betrokkene, werkzaam bij de politie, diende een aanvraag in voor ontheffing van werkzaamheden op grond van de 18-maandenregeling. De korpschef wees deze aanvraag af omdat op het moment van bezwaar sprake was van onderbezetting, waardoor volgens hem geen formatieplaats vrijkwam.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de korpschef ex nunc moest beslissen. De Centrale Raad van Beroep vernietigt dit oordeel voor zover het ex nunc beslissen betreft en bevestigt dat de beoordeling moet plaatsvinden op de peildatum 1 juni 2017, waarop sprake was van een overbezetting en dus een vrijkomende formatieplaats.
De korpschef moet opnieuw onderzoeken of een herplaatsingskandidaat op de functie van betrokkene geplaatst kan worden en een nieuwe beslissing op bezwaar nemen. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat niet vaststaat of betrokkene schade heeft geleden. De korpschef wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De korpschef moet een nieuwe beslissing nemen op basis van de situatie op 1 juni 2017; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.