ECLI:NL:CRVB:2019:3841
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening persoonsgebonden budget en terugvordering voorschotten door zorgkantoor
Appellant had beroep ingesteld tegen het besluit van Zilveren Kruis Zorgkantoor om het persoonsgebonden budget (pgb) voor 2012 te herzien en een deel van de onverschuldigd betaalde voorschotten terug te vorderen. De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak waarin het zorgkantoor werd opgedragen opnieuw op bezwaar te beslissen.
Het zorgkantoor stelde het pgb lager vast omdat appellant niet voldeed aan de verplichtingen uit de Regeling subsidies AWBZ en niet alle gevraagde stukken kon overleggen om de zorg te verantwoorden. De Raad benadrukt dat de bewijslast bij appellant ligt om aannemelijk te maken dat de gedeclareerde zorg daadwerkelijk is verleend en betaald.
Appellant stelde dat hij zorg had ontvangen maar zijn zorgverleners niet kon betalen vanwege een te laag pgb. Dit werd niet voldoende aannemelijk gemaakt. De Raad oordeelt dat het zorgkantoor in redelijkheid tot zijn belangenafweging is gekomen en bevoegd was het pgb lager vast te stellen en voorschotten terug te vorderen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van het zorgkantoor blijft in stand.