ECLI:NL:CRVB:2019:3905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens twijfel over duurzame band met Nederland
Appellant, geboren in 1997, vroeg een Wajong-uitkering aan die door het UWV werd afgewezen omdat hij op zijn achttiende verjaardag niet in Nederland of een EU/EER-land woonde. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege onvolledig onderzoek, maar handhaafde later het standpunt dat appellant geen duurzame band met Nederland had.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel degelijk een duurzame persoonlijke band met Nederland had, ondanks zijn verblijf in Turkije sinds januari 2014. Dit verblijf was noodgedwongen en tijdelijk vanwege de psychische problemen van zijn moeder en zijn medische situatie. Appellant bezocht Nederland regelmatig en keerde na een operatie in Turkije in oktober 2015 terug.
De Raad overwoog dat de duurzame band met Nederland niet verbroken was door het tijdelijke verblijf in Turkije tijdens zijn minderjarigheid. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat appellant geen ingezetene was. De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en droeg het UWV op een nieuwe beslissing te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met de duurzame band met Nederland.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de eerdere uitspraak en draagt het UWV op een nieuwe beslissing te nemen over de Wajong-aanvraag.