ECLI:NL:CRVB:2019:4206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling te laat gemaakt bezwaar tegen boetebesluit bij intrekking bijstand
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet, die door het college werd ingetrokken omdat zij niet meer in Amsterdam woonde. Vervolgens legde het college een boete op wegens het niet melden van haar verhuizing naar Haarlemmermeer. Appellante maakte bezwaar tegen de boete, maar dit bezwaar werd door het college niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening.
In hoger beroep stond centraal of het bezwaar te laat was en of het college aannemelijk had gemaakt dat het boetebesluit correct was verzonden. De Raad bevestigde dat het college voldeed aan de bewijsregels omtrent verzending en dat het vermoeden van ontvangst op het juiste adres geldt, tenzij de geadresseerde dit vermoeden voldoende weerlegt. Appellante slaagde hier niet in met haar algemene verwijzingen naar postbezorgingsproblemen.
De Raad oordeelde dat het bezwaar buiten de termijn van zes weken was ingediend en dat appellante geen omstandigheden had gesteld die haar verzuim konden rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het boetebesluit is te laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard.