Uitspraak
19.779 AWBZ, 19/780 AWBZ
OVERWEGINGEN
.
AWBZ-zorg aan appellanten had verleend.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg in 2012 en 2013, maar het zorgkantoor stelde vast dat de zorgverlener [X] niet op het opgegeven adres in Nederland woonde, maar sinds 2007 in Zwitserland was geëmigreerd. Dit leidde tot een rechtmatigheidsonderzoek, waarbij het zorgkantoor concludeerde dat de door [X] geleverde zorg niet aannemelijk was.
Het zorgkantoor wijzigde daarop de vaststelling van het pgb en vorderde de te veel betaalde bedragen terug. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond en oordeelde dat het zorgkantoor bevoegd was de besluiten te wijzigen op grond van feiten die bij de subsidievaststelling niet bekend waren.
In hoger beroep bevestigt de Raad deze beoordeling, wijst het betoog van appellanten af dat het zorgkantoor op de hoogte was van de verblijfplaats van [X], en benadrukt dat het zorgkantoor een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt. Ook de persoonlijke omstandigheden van appellanten en hun financiële situatie leiden niet tot een ander oordeel.
De Raad verklaart de hoger beroepen ongegrond en bevestigt het bestreden besluit, waarbij het zorgkantoor de terugvordering mag effectueren met inachtneming van de beslagvrije voet. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onrechtmatig besteed pgb over 2012 en 2013.