Uitspraak
17.62 AWBZ
OVERWEGINGEN
BESLISSING
betaalde griffierecht van € 169,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, geboren in 1997 en met psychiatrische aandoeningen, vroeg met terugwerkende kracht een persoonsgebonden budget (pgb) aan. Het zorgkantoor weigerde dit pgb te verlenen wegens het niet voldoen aan de administratieve verplichtingen en het ontbreken van objectief controleerbare bewijsstukken over de geleverde zorg. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het zorgkantoor handhaafde deze weigering in een nieuw besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat de verantwoording van de besteding van het pgb geen rol mag spelen bij de beoordeling van de aanvraag, en dat hij als minderjarige niet verantwoordelijk gehouden kan worden voor de gebrekkige administratie. De Raad oordeelde echter dat het zorgkantoor terecht de verantwoording van de besteding betrok bij de beoordeling en dat het de eigen verantwoordelijkheid van de budgethouder is om deze verantwoording te leveren, ook indien het beheer door een derde wordt verricht.
De Raad stelde vast dat appellant erkende niet te kunnen voldoen aan de administratieve verplichtingen en dat het zorgkantoor daarom bevoegd was de verlening van het pgb te weigeren. Het beroep werd ongegrond verklaard, het hoger beroep niet-ontvankelijk, en het zorgkantoor werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de weigering van het pgb ongegrond.