Uitspraak
16.5914 WW, 18/4357 WW
OVERWEGINGEN
.Appellant heeft er in dit verband op gewezen dat de vraag of een cao van toepassing is op de dienstbetrekking, niet relevant is, aangezien zijn aanspraken zijn gestoeld op artikel 7:610b van het BW. Volgens appellant moet in zijn geval worden gekozen voor een periode van vijf jaar en niet van drie maanden voor de vaststelling van de uitbreiding van het dienstverband, omdat dit een representatieve periode betreft. Appellant heeft benadrukt dat de ABU-Cao algemeen verbindend is verklaard. Appellant meent ook dat hij aanspraak heeft op een hoger bedrag aan vakantietoeslag. Appellant heeft zijn standpunt dat hij nog aanspraak had op betaling van 290,48 uur vakantie en dat het Uwv dit aantal uren moet overnemen, gehandhaafd.
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 20 juli 2015 gegrond en vernietigt dat besluit;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 17 april 2018 ongegrond;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.304,-;
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 169,- vergoedt.