Appellant ontving vanaf 10 november 2012 een AOW-pensioen naar gehuwdennorm met toeslag voor zijn echtgenote. Op 1 december 2014 gaf hij aan duurzaam gescheiden te leven en samen te wonen met een nieuwe partner. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde dit te erkennen en handhaafde het pensioen met toeslag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant en zijn echtgenote sinds 1997 feitelijk gescheiden leven vanwege onhoudbare omstandigheden, waarbij zij ieder een eigen leven leiden. Hoewel zij financieel nog verbonden zijn vanwege gezamenlijke eigendom en bedrijfsbelangen, is dit een noodgedwongen situatie om faillissement te voorkomen.
De Raad stelt vast dat er sprake is van een gewilde en bestendige verbreking van de echtelijke samenleving, waardoor duurzaam gescheiden leven volgens de AOW-definitie aanwezig is. De eerdere uitspraak en het bestreden besluit worden vernietigd. De Svb wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen en wordt veroordeeld in de proceskosten.