ECLI:NL:RBMNE:2022:1286
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks medische bezwaren
Eiseres, een allround kapster die zich in mei 2017 ziek meldde, vroeg een WIA-uitkering aan die door het UWV werd afgewezen omdat haar arbeidsongeschiktheid onder de 35% bleef. Na bezwaar en beroep handhaafde het UWV dit besluit, waarbij de functionele mogelijkhedenlijst en arbeidskundige functies werden aangepast, maar het percentage arbeidsongeschiktheid bleef onder de drempel.
De rechtbank toetste de medische rapporten van verzekeringsartsen aan de criteria van zorgvuldigheid, consistentie en begrijpelijkheid. Eiseres voerde aan dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onjuist had gehandeld door zich te baseren op latere onderzoeksdata en beperkingen niet volledig had overgenomen. De rechtbank oordeelde dat de arts zorgvuldig had gehandeld en haar afwijkingen van eerdere beoordelingen voldoende had gemotiveerd.
Verder werden door eiseres aanvullende beperkingen aangevoerd, zoals voor deadlines, verhoogd persoonlijk risico, diabetes en slaapproblemen. De rechtbank vond dat de verzekeringsarts deze punten adequaat had beoordeeld en dat de medische informatie van eiseres onvoldoende was om de conclusies te weerleggen.
Ook de arbeidskundige schatting en de toepassing van het Schattingsbesluit werden getoetst. De rechtbank volgde het UWV dat de functie textielproductenmaker niet passend was en dat de gekozen functies een hogere resterende verdiencapaciteit boden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten wegens onvoldoende begrijpelijke motivering van de gewijzigde functionele mogelijkhedenlijst.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.