Uitspraak
18.3498 ZW
OVERWEGINGEN
|
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving een Ziektewetuitkering die op 27 september 2016 onrechtmatig werd beëindigd. Na bezwaar werd de uitkering hersteld en een bedrag nabetaald. Appellante vorderde vervolgens schadevergoeding voor materiële en immateriële schade veroorzaakt door de vertraging.
De rechtbank wees het verzoek af omdat alleen wettelijke rente vergoed kan worden bij vertraging in betaling en de immateriële schade onvoldoende verband hield met het onrechtmatige besluit. Appellante mocht ter zitting geen nieuwe stukken overleggen wegens strijd met de goede procesorde.
In hoger beroep bevestigde de Raad deze beslissing. De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht nieuwe stukken niet toeliet, dat de materiële schade beperkt is tot wettelijke rente en dat immateriële schade niet aannemelijk is gemaakt als gevolg van het besluit. De gevorderde schadevergoeding wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat alleen wettelijke rente vergoed wordt en wijst overige materiële en immateriële schadevergoeding af.