ECLI:NL:CRVB:2020:1078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling samenhangende zaken bij kosten bezwaar in bijstandsherziening
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft bij besluiten de bijstand van betrokkene herzien, teruggevorderd en een boete opgelegd wegens het niet melden van contante stortingen op haar bankrekening. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarbij het college de bezwaren deels gegrond verklaarde en kosten van bezwaar toekende op basis van samenhangende zaken.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep gegrond omdat het college volgens haar voor elk bezwaarschrift een punt had moeten toekennen, en verhoogde de kostenvergoeding. Het college stelde in hoger beroep dat sprake was van samenhangende zaken, waardoor één punt per bezwaar voldoende was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de bezwaren gelijktijdig zijn behandeld, de werkzaamheden nagenoeg identiek waren en het voor de gemachtigde niet uitmaakte dat het om drie besluiten ging. Daarom is sprake van samenhangende zaken zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het de kosten betreft en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van het college wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het de kostenvergoeding betreft.