Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 december 2021 in de zaken tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Leiden, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
,-.
Rechtbank Den Haag
Eiseres ontving bijstand en werd geconfronteerd met herziening en terugvordering van de uitkering wegens niet gemelde kasstortingen op haar bankrekeningen. Verweerder stelde dat deze stortingen inkomen vormden en dat eiseres haar inlichtingenverplichting had geschonden, wat leidde tot terugvordering en een boete.
De rechtbank oordeelde dat de kasstortingen als inkomen in de zin van de Participatiewet moesten worden aangemerkt, ongeacht of het leningen betrof. Eiseres had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de stortingen geen inkomen waren. De boete werd terecht opgelegd, maar verweerder had geen rekening gehouden met de draagkracht van eiseres, waardoor de boete te hoog was vastgesteld.
Daarnaast was de proceskostenvergoeding in bezwaar te laag vastgesteld omdat verweerder ten onrechte uitging van samenhangende zaken, terwijl de bezwaren substantieel verschilden. De rechtbank stelde de boete vast op €640,- en verhoogde de proceskostenvergoeding tot €1.584,-. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed en verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten in beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, stelt de boete vast op €640,- en verhoogt de proceskostenvergoeding tot €1.584,-.