ECLI:NL:CRVB:2020:1171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over omvang hulp bij het huishouden en redelijke termijn Wmo 2015
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Loon op Zand waarin haar hulp bij het huishouden werd beperkt. De rechtbank Zeeland-West-Brabant had bepaald dat zij recht had op drie uur hulp per week vanaf 1 december 2016. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en stelde dat zij volgens het CIZ-protocol recht heeft op vier uur hulp per week.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college onvoldoende had onderbouwd waarom minder tijd nodig zou zijn dan volgens het CIZ-protocol, dat uitgaat van een alleenstaande in een eengezinswoning. De Raad vernietigde het oordeel van de rechtbank en bepaalde dat appellante recht heeft op vier uur hulp per week vanaf 1 december 2016.
Daarnaast behandelde de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Gezien de duur van de procedure van ruim vijf jaar en het ontbreken van bijzondere omstandigheden, werd een vergoeding van €1.500,- toegekend aan appellante. Het college werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige en tijdige behandeling van Wmo-zaken en benadrukt de noodzaak van een deugdelijke onderbouwing door het college bij afwijking van standaardnormeringen.
Uitkomst: Appellante krijgt recht op vier uur hulp bij het huishouden per week vanaf 1 december 2016 en ontvangt een schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.